Een heelal vol namen

Het heelal resoneert,
op manieren die we ons niet kunnen voorstellen

Een paar jaar geleden werkten Gerard Bodifee, astrofysicus en Michel Berger, classicus aan een geweldig project – dat doen ze anno 2019 opnieuw, er zijn altijd wel geweldige projecten voor wetenschappers en classici als ze elkaar tegenkomen!

Omdat Gerard vertrouwd is met galaxieën – hij schreef er zijn doctoraat in de fysica over – vond hij het toen al jammer dat zoveel van deze mooie verschijnselen nogal stiefmoederlijk bedeeld waren qua naamgeving. Galaxieën hadden zelfs geen echte naam, ze werden nogal magertjes aangeduid met NGC, wat New General Catologue, betekent gevolgd door een cijfer, NGC 205 bijvoorbeeld. Wat een misbaksel! Alles heeft een naam, behalve de mooiste hemelverschijnselen. Die moeten zich tevreden stellen met een paar cijfers. Doodjammer.

‘We are nothing, less than nothing …. Before we have existence and a name’.
Charles Lamb, Dream Children, 1823

Het plan broedde al jaren in Gerard om een aantal galaxieën een naam te geven, een echte, een mooie, eentje waarop ze trots zouden kunnen zijn.

Maar hoe eraan te beginnen? Traditioneel worden nieuwe namen in het Latijn geformuleerd, maar een nieuwe naam moet natuurlijk ook beantwoorden aan het ‘eigene’ van een galaxie:  kleur, uitzicht, grootte, gewicht, magnitude, diameter…. Dat alles in één naam.  Toen Gerard kennismaakte met Michel Berger, die van dan af onze ‘huisclassicus’ zou worden, kwam het oude verlangen en het oude plan weer naar boven. Nu kwam als het ware samen wat nodig was: de sterrenkundige en de classicus zouden hun kennis uitwisselen om deze wonderlijke wezens die galaxieën zijn, eindelijk een naam te geven. De sterrenkundige stelde uiteindelijk de vermetele vraag aan de classicus: ‘Zouden we niet eraan beginnen….?’

Het betrof een project dat een haast bovennatuurlijke kracht zou vragen. Er werden eerst 13000 galaxieën uitgekozen, die vervolgens door Milou, Gerards zus, gedownload werden van de Digitized Sky Survey. Deze ongelooflijke accurate dame maakte een ordening van al deze objecten en klasseerde foutloos hun data zodat Gerard en Michel de uiteindelijke selectie zouden kunnen maken: van 13000 naar 1000! Na dit titanenwerk van Milou, konden beide geleerden pas aan hun werk beginnen.

Aan het project ‘A Catologue of 1000 Galaxies’ werd voortaan elke woensdag gewerkt gedurende drie jaar. Het werd zwoegen. Beiden vonden het onontbeerlijk dat deze arbeid met een strikte rigeur zou gebeuren. De namen moesten goed gekozen en doordacht zijn, ze mochten zich niet laten leiden door grillen of goedkope, lacherige bedenksels. Nee, het betrof hier een studie van wetenschappelijke fenomenen die moesten omgezet worden in accurate namen. Bovenal begon het gevoel te leven dat ze aan iets groots bezig waren, iets moois, iets ongeziens.

Things must be named according to the dictates of nature, not our whims, if our naming is to be succesful.
Plato, Cratylus, 387d4-9

En ze slaagden in hun opzet! ‘A Catologue of 1000 Galaxies’ werd na drie jaar arbeid in twee delen uitgegeven – een met de naamgeving en de details en een ander deel met hun foto’s. De catalogi werd uitgegeven door Volkssterrenwacht Urania in 2010. Mooi en betekenisvol, dat wel, maar de catalogi bereikten weinig mensen. Dus werden beide boeken op internet gezet. Schijnbaar geraakten ze van daar in ‘the cloud’ want stilte omgaf dit titanenwerk van Gerard Bodifee en Michel Berger. Niets werd meer gehoord van de galaxieën of hun mooie namen.

Totdat er plots, onverwachts, aan de andere kant van de wereld, een Amerikaanse dame, een mailtje stuurde naar Gerard. Ze was op zoek naar namen van galaxieën voor haar boeken. Want ook zij had een vermetel plan opgevat: verhalen voor kinderen schrijven over de twaalf sterrenbeelden, niet zomaar verhaaltjes maar vertellingen die naar de diepte gingen. En daarvoor had ze namen nodig, mooie namen, doordachte namen die niet snel in elkaar waren gezet, geen grillige, goedkope of lacherige bedenksels. Nee, het moesten namen zijn die het karakter van de galaxie recht deden, alsof het levende wezens zijn, wat ze ook zijn! Zij zocht namen die pasten bij de karakters in haar boeken die een hervertelling zouden worden van het oude verhaal van goed en kwaad maar dan in de ruimte, met kosmische dimensies. Dus geen namen die enkel uit cijfertjes bestonden, maar karaktervolle namen. En die had ze blijkbaar gevonden in het werk van Gerard en Michel. Het was een ambitieuze, vriendelijke, wat gereserveerde dame, die Gerard een mail stuurde, jaren geleden. Blijkbaar had het heelal geresoneerd toen ze namen zocht. Jaren gingen voorbij. Zij werkte aan haar boek in Amerika en wij wijdden ons aan andere projecten.

What’s in a name? That which we call a rose
By any other name would smell as sweet.
Shakespeare, Romeo and Juliet

Totdat er op een dag, een pakje met een boekje in onze postbus lag met ‘Tales of the Star Dancers’. Gisteren las ik het meeslepende ‘Aries’ haar eerste boek in de reeks. Wat een beschrijvingen, wat een karaktertekeningen, wat een ontroering op het einde van het verhaal. En ja: ik herkende NGC 205, die Gerard en Michel de naam Lucidula hadden gegeven. Ik herkende NGC 3034  die de naam Fumitonans had gekregen van hen. Deze Amerikaanse schrijfster had in haar verhaal het gebied waar veel jonge sterren werden geboren, ‘Fumitonans’ genoemd,  een term die Gerard en Michel bedacht hadden voor deze wonderlijke, actieve galaxie. Ze hadden het Latijnse woord fumus, wat ‘rook’ betekent en verwijst naar een sigaar en ‘tonans’ wat ‘donderend’ betekent en verwijst naar het explosieve karakter van dit melkwegstelsel gecombineerd tot ‘Fumitonans’. De naam had blijkbaar zo geresoneerd in de kosmos dat hij in Amerika was opgevangen.

Mooi verhaal, toch? En laat nu net vandaag, 11 maart 2019 het startblad op mijn computer ‘Astronomical Picture of the Day’ een foto tonen van deze galaxy die u ook ziet als opener van deze blog: NGC 3034 of  met haar ‘ware’ naam: ‘Fumitonans’!

Nog een staartje, zoals de staart van een komeet (in het boek Ariës heet die komeet Machholz, een belangrijk karakter in het verhaal) komt nu de ‘moraal van het verhaal’. Ik weet het, het is ‘not done’ om een moraal aan een verhaal toe te voegen. Maar precies daarom doe ik het toch. Welnu, hier komt het: soms denk je dat je werk onopgemerkt blijft, dat niemand ziet wat je doet, dat het allemaal voor niets is. En dan, plots ‘resoneert’ er ergens iets vanuit de kosmos. En dat, dát is de reden van ons bestaan op aarde.

Lucette VerbovenComment